De Zelfstandigenwet in aantocht: eindelijk duidelijkheid over zelfstandig werken?

​Bent u zzp'er en vraagt u zich weleens af welke fiscale risico’s u loopt als de Belastingdienst achteraf vaststelt dat u als werknemer werkte? Of bent u opdrachtgever en schrikt u van de risico's die kleven aan het werken met zelfstandigen? U bent niet de enige. Al jarenlang worstelen zelfstandigen, opdrachtgevers en juristen met één van de lastigste vragen van het arbeidsrecht: wanneer is een samenwerkingsrelatie nu een arbeidsovereenkomst, en wanneer een opdrachtovereenkomst?

De Hoge Raad deed in de spraakmakende arresten, zoals Deliveroo (HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443) en Uber (HR 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:319) belangrijke uitspraken. Die zorgden zeker voor aandacht, maar brachten niet de gewenste rust. Nu is de wetgever aan zet. Het wetsvoorstel Zelfstandigenwet ligt ter internetconsultatie voor, en leidt hopelijk tot een doorbraak.

Het probleem: jaren van onzekerheid

De kern van het probleem is de kwalificatievraag: valt een werkrelatie onder artikel 7:610 BW (arbeidsovereenkomst) of niet? Die vraag hangt af van alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien: de aard en duur van de werkzaamheden, de wijze waarop het werk en de werktijden worden bepaald, de inbedding in de organisatie, de hoogte van de beloning en het al dan niet lopen van commercieel risico. Ook kan meewegen of de werkende zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen.

Dit holistische toetsingskader klinkt redelijk, maar in de praktijk leidt het tot grote onzekerheid. Twee werkenden die zij-aan-zij hetzelfde werk verrichten, kunnen op grond van hun persoonlijke gedrag buiten de arbeidsrelatie tot verschillende kwalificaties leiden; de een werknemer, de ander zelfstandige. Rechtswetenschappers wezen hier scherp op na het Deliveroo-arrest. De Hoge Raad erkende in Deliveroo zelf dat nadere algemene regels of uitgangspunten voor de kwalificatievraag - mede ter afgrenzing van het werken als zelfstandig ondernemer - de aandacht van de wetgever behoeven.

Het gevolg: organisaties en zelfstandigen zijn (te) veel tijd kwijt aan het kwalificeren van hun arbeidsrelatie. Opdrachtgevers sluiten zelfstandigen soms onnodig uit vanuit risicomijdend gedrag, want de Belastingdienst zou toch maar eens later vaststellen dat er sprake was van arbeid. En schijnzelfstandigheid - een arbeidsrelatie die rechtens als arbeidsovereenkomst kwalificeert maar door partijen als opdrachtovereenkomst wordt behandeld - blijft een hardnekkig maatschappelijk probleem. Zeker nu de Belastingdienst per 1 januari 2025 het handhavingsmoratorium op loonheffingen heeft opgeheven, is de urgentie alleen maar toegenomen.

Deliveroo en Uber: de Hoge Raad poogt helderheid te scheppen

In het Deliveroo-arrest (HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443) bevestigde de Hoge Raad dat de kwalificatievraag objectief moet worden beantwoord op basis van alle omstandigheden van het geval en gaf daarbij negen bepalende gezichtspunten. De bedoeling van partijen — ook al willen zij expliciet géén arbeidsovereenkomst — is niet beslissend. Wat telt, is de feitelijke invulling van de rechten en verplichtingen. Medebepalend kan zijn of de werkende zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt, maar dit negende gezichtspunt heeft - zo volgt uit de uitgebreide discussie in de rechtsliteratuur - slechts een beperkte zelfstandige betekenis.

In het Uber-arrest (HR 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:319) werd de vraag pregnant: kan persoonlijk ondernemerschap een 'kantelpunt' vormen bij de kwalificatie, en mag het er zelfs toe leiden dat twee chauffeurs die precies hetzelfde werk doen, de één wél en de ander géén arbeidsovereenkomst heeft? De Hoge Raad beantwoordde die vraag bevestigend. Ook werd duidelijk dat de beoordeling of de werkende zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, niet beperkt wordt tot omstandigheden die zich in de specifieke arbeidsverhouding voordoen. Ook omstandigheden buiten de bedoelde verhouding kunnen relevant zijn.

Een aantal onzekerheden werd weggenomen, maar nog steeds gold ook na Uber dat in de (in het Deliveroo-arrest genoemde) omstandigheden - die onder meer van belang kunnen zijn bij de beoordeling - geen rangorde bestaat. Oftewel, voor de praktijk bleef het daarmee nog steeds: ‘onzekerheid troef’. Impliciet was de boodschap van de Hoge Raad daarmee onmiskenbaar: de wetgever is aan zet.

De Zelfstandigenwet: een veilige haven

Het wetsvoorstel Zelfstandigenwet - dat nu ter internetconsultatie voorligt - wil puur en simpel één vraag beantwoorden: wanneer kunt u in ieder geval als zelfstandige werken? Of anders gesteld: hoe sluiten we het risico op het bestaan van een arbeidsovereenkomst uit?

Het idee is om een nieuw tweede lid toe te voegen aan het aloude artikel 610 boek 7 BW dat de huidige criteria weergeeft van een arbeidsovereenkomst. Daarmee wordt verduidelijkt wanneer in ieder geval geen sprake is van ‘gezag’ in de zin van artikel 610 boek 7 BW.

Het antwoord ligt in twee nieuwe toetsen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets.

Zelfstandigentoets

De zelfstandigentoets kijkt naar de persoon van de zelfstandige en zijn of haar gedrag in het economisch verkeer. Denk aan een KVK-inschrijving, een btw-nummer, een zakelijke bankrekening, eigen facturatie en betalingstermijnen, maar ook aan de eis dat de zelfstandige in het lopende en het vorige kalenderjaar samen ten minste drie verschillende opdrachtgevers of klanten heeft gehad. Verder moet de zelfstandige jaarlijks een bedrag besteden aan voorzieningen die horen bij het ondernemerschap: een arbeidsongeschiktheidsverzekering, een pensioenvoorziening, een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering of andere relevante verzekeringen.

Werkrelatietoets

De werkrelatietoets kijkt naar de specifieke samenwerking. Beide partijen willen werken buiten een arbeidsovereenkomst. De zelfstandige is vrij om zelf te bepalen hóé hij zijn werk uitvoert - al mag de opdrachtgever wel sturen op het wát. Hij is ook vrij in de keuze van tijden en locatie, behoudens uitzonderingen voor werk dat fysiek nergens anders of alleen op bepaalde momenten kan. En hij werkt voor eigen rekening en risico: hij kan economische baten genieten én loopt financiële risico's.

Als aan beide toetsen wordt voldaan, staat het vast: er is in ieder geval geen sprake van gezag, en dus géén arbeidsovereenkomst. Wie aan de spelregels voldoet, bevindt zich in de 'veilige haven'. Wie dat (nog) niet doet, valt terug op de bestaande regels van artikel 7:610 BW - zonder dat automatisch een arbeidsovereenkomst wordt aangenomen, maar dan ook zonder de zekerheid van de veilige haven.

Wat zijn de voordelen?

De voordelen van de Zelfstandigenwet zijn aanzienlijk; voor alle betrokkenen.

  • Voor zelfstandigen biedt de wet de langverwachte erkenning van hun ondernemerschap. Wie voldoet aan de criteria, weet vooraf met zekerheid dat hij als zelfstandige kan werken en hoeft niet meer te vrezen voor herkwalificatie achteraf. Bovendien stimuleert de wet zelfstandigen om de risico's die bij het ondernemerschap horen - zoals ziekte, arbeidsongeschiktheid en pensioen - ook daadwerkelijk af te dekken. Dat is niet alleen goed voor henzelf, maar ook voor de solidariteit in ons sociale stelsel.
  • Voor opdrachtgevers verdwijnt de risicomijdende reflex die de afgelopen jaren zo remmend heeft gewerkt op de arbeidsmarkt. Met heldere criteria vooraf is het niet langer nodig om zelfstandigen op voorhand uit te sluiten uit angst voor een arbeidsrechtelijk geschil of een naheffing van de Belastingdienst.
  • Voor de arbeidsmarkt als geheel zorgt de wet voor minder schijnzelfstandigheid. Doordat duidelijker is wanneer iemand in ieder geval als zelfstandige werkt, wordt ook duidelijker wanneer dat niet het geval is. Werkenden die feitelijk werknemers zijn, krijgen de bescherming die hen toekomt en onttrekken zich niet meer onbedoeld aan het sociale stelsel.

Wat betekent dit voor u?

De Zelfstandigenwet is nog in consultatiefase. De wet is nog niet in werking getreden, en de definitieve tekst kan nog wijzigen. Maar de richting is helder, en de impact is nú al voelbaar. Opdrachtgevers die al werken met zelfstandigen, doen er goed aan hun contractuele verhoudingen en de feitelijke uitvoering daarvan kritisch te screenen. Zelfstandigen die willen voldoen aan de criteria van de nieuwe wet, moeten tijdig actie ondernemen: denk aan het opbouwen van een diverser opdrachtgeversportfolio, het afsluiten van de juiste verzekeringen en het zorgvuldig documenteren van de vrijheid waarmee zij hun werk uitoefenen.

Adelmeijer Hoyng Advocaten staat voor u klaar

Bij Adelmeijer Hoyng Advocaten in Maastricht begeleiden wij al jarenlang zowel zelfstandigen als opdrachtgevers bij arbeidsrechtelijke vraagstukken. Van de kwalificatie van arbeidsrelaties tot geschillen over schijnzelfstandigheid en alles daartussenin. Onze arbeidsrechtspecialisten volgen de ontwikkelingen rondom de Zelfstandigenwet op de voet en helpen u graag te beoordelen wat de nieuwe regels voor uw situatie betekenen.

Heeft u vragen over uw arbeidsrelatie? Wilt u weten of uw contracten straks voldoen aan de criteria van de Zelfstandigenwet? Of dreigt er een conflict over de kwalificatie van een samenwerking? Neem dan contact op met Adelmeijer Hoyng Advocaten via info@ahadvocaten.eu of 043 - 350 62 00. Wij denken graag met u mee.

​📍 3 december 2026 - Lezing Actualiteiten Arbeidsrecht

​Op 3 december 2026 geeft Adelmeijer Hoyng de kennissessie Actualiteiten Arbeidsrecht. Tijdens deze lezing worden de belangrijkste wetswijzigingen en de praktische gevolgen voor werkgevers besproken, zodat u arbeidsrechtelijk weer up-to-date bent!

Meer informatie en aanmelden? Mail naar cerfonteijn@ahadvocaten.eu