Wet Kwaliteitborging voor het Bouwen, een hel voor de aannemerij?

Wat zijn de gevolgen van Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen, die wordt ingevoerd per 1 januari 2024?

De Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen wordt ingevoerd per 1 januari 2024. De wet omvat wijzigingen in het Burgerlijk Wetboek (BW) en de invoering van de kwaliteitsborger. De Wet heeft tot doel de kwaliteit van bouwwerken te verbeteren en de positie van de eindgebruiker te versterken (omdat de eindgebruiker vaak onvoldoende kennis heeft van de bouw en bouwvoorschriften en niet in staat is tekeningen te beoordelen).

Artikel 7:758 BW bepaalt dat de aannemer aansprakelijk is voor bij oplevering niet ontdekte / onzichtbare gebreken. Met de invoering van artikel 7:765a BW wordt een informatieplicht voor de aannemer geïntroduceerd met betrekking tot de verzekering of financiële zekerheid. 

Het nieuwe artikel 7:768 BW bevat een informatieplicht ten aanzien van het vervallen of mogelijk verlengd inhouden van het depot bij de notaris (de 5%-regel). De notaris mag het depot pas uitbetalen zodra de notaris schriftelijk bewijs van de aannemer heeft ontvangen waaruit blijkt dat de aannemer de opdrachtgever heeft gewezen op zijn opschortingsrecht én de opdrachtgever heeft aangegeven het depot niet te willen aanhouden.

Daarenboven is de waarschuwingsplicht van de aannemer uitgebreid (artikel 7:754 lid 2 BW). De aannemer dient de opdrachtgever te wijzen op (samengevat) evidente fouten in het ontwerp. Het nieuwe lid 2 bepaalt dat de waarschuwing schriftelijk en ondubbelzinnig plaats dient te vinden, alsmede dient de aannemer de opdrachtgever tijdig te wijzen op de mogelijke gevolgen voor de deugdelijke nakoming van de overeenkomst.

Voor alle opdrachtgevers dient een zogenaamd opleverdossier te worden gerealiseerd (artikel 7:757a BW). De aannemer dient aan de opdrachtgever een dossier te overleggen dat een volledig inzicht verschaft in de nakoming van de overeenkomst en uitgevoerde werkzaamheden.

Het wetsvoorstel bevat naast bovengenoemde privaatrechtelijke component ook een publiekrechtelijke component. Het publiekrechtelijke gedeelte heeft betrekking op de bouwbesluit-toets-vrij, alsmede de introductie van een kwaliteitsborger. Met de introductie van de kwaliteitsborger ontstaat een nieuwe taak en rol in het bouwproces. Het instrument schrijft voor hoe de borger moet toetsen dat het bouwwerk volgens de regels van het Bouwbesluit wordt gebouwd. Bij oplevering geeft de borger een verklaring af waaruit blijkt dat ‘een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat’ dat het gerealiseerde bouwwerk aan het Bouwbesluit voldoet. 

Al met al meer werk en verplichtingen voor de aannemer. Uiteraard zijn wij – de sectie bouwrecht – voorbereid op de invoering van de wet en ingelezen in de materie.