Beroep op vertrouwensbeginsel strandt bij de derde stap

​Op 4 maart 2026 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een relevante uitspraak over het vertrouwensbeginsel.

Wat speelde er?

Burgemeester en wethouders van Rotterdam verleenden op 20 mei 2021 een vergunning aan EDS Rotterdam voor uitbreiding van kamerbewoning van acht naar tien studenten.

Een omwonende ageerde hier tegen. Hoewel het college erkende dat de aanvraag niet voldeed aan de criteria van de Huisvestingsverordening, verleende het de vergunning toch. Volgens het college had EDS Rotterdam een geslaagd beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel.

Dat vertrouwen baseerde het op informatie op de gemeentelijke website en e-mails van een jurist van de afdeling vergunningverlening. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van de omwonende echter gegrond, omdat geen sprake was van een welbewuste standpuntbepaling van het bestuur. In hoger beroep kwam de Afdeling deels tot een ander oordeel.

Wel sprake van gerechtvaardigd vertrouwen

De Afdeling paste het bekende drie-stappen-kader voor het vertrouwensbeginsel toe. Zij stelde vast dat er een toezegging was gedaan. In een e-mail van de gemeentelijk jurist stond dat uitbreiding van het aantal studenten mogelijk was indien de ruimte dit toeliet, mits een nieuwe vergunning werd aangevraagd. In combinatie met informatie op de gemeentelijke website en een latere e-mail waarin de vergunning werd aangekondigd, mocht EDS afleiden dat de vergunning zou worden verleend, aldus de Afdeling. Ook kon deze toezegging aan het college worden toegerekend, omdat de jurist in kwestie nauw betrokken was bij de behandeling van de aanvraag.

Maar toch geen vergunning

Dat gerechtvaardigd vertrouwen was gewekt, betekende niet dat de vergunning kon worden verleend. De woning lag in een nul-quotumgebied volgens de Huisvestingsverordening, waar geen vergunningen voor kamerbewoning mogen worden afgegeven.

De Afdeling benadrukte dat honorering van gewekt vertrouwen dat strijd oplevert met een wettelijk voorschrift alleen in uitzonderlijke situaties kan, namelijk wanneer belangen van derden niet worden aangetast. Dat was hier niet het geval. De regels beschermen juist het woonmilieu en de leefbaarheid van de buurt. Daarom mocht het college de vergunning niet verlenen.

Mogelijk nog schadevergoeding

De Afdeling overwoog dat het college het bezwaar van de omwonende gegrond had moeten verklaren en het besluit tot vergunningverlening had moeten herroepen. Het college moet opnieuw op het bezwaar beslissen en daarbij beoordelen of EDS schade heeft geleden door het gewekte vertrouwen. Als gerechtvaardigd vertrouwen niet kan worden gehonoreerd, kan onder omstandigheden een verplichting tot schadevergoeding ontstaan.

​Heeft u naar aanleiding van deze blog vragen over dit onderwerp, dan kunt u gerust vrijblijvend met mij contact opnemen.