• Gerechtshoven stellen maximum aan lengte processtukken

Gerechtshoven stellen maximum aan lengte processtukken

Advocaten moeten hun betogen gaan inkorten.

De Raad voor de Rechtspraak heeft in haar wijsheid besloten dat per1 april aanstaande in civiele procedures in hoger beroep de schriftelijke procestukken maximaal 25 bladzijden (per processtuk) mogen beslaan. Meer bladzijden zijn alleen met toestemming van het gerechtshof toegestaan.

Als reden wordt daarvoor aangevoerd dat de gerechtshoven overbelast zijn en dat de Rechtspraak te weinig mankracht heeft. Maximering van het aantal bladzijden moet een eind maken aan oeverloze betogen van advocaten, die zich kenmerken door veel herhaling  en niet-relevante details.

Het komt inderdaad voor dat sommige processtukken onnodig lang zijn. Maar er zijn ook vaak zaken, die dusdanig omvangrijk of ingewikkeld zijn, dat alleen al om de feiten juist te kunnen schetsen,  zodat een gerechtshof zich een goed oordeel kan vormen, meer dan 25 bladzijden nodig zijn. En dan moet de juridische uiteenzetting nog komen.

En ook die zaken moeten dan in 25 bladzijden geperst worden. Dat komt de belangen van rechtzoekenden niet ten goede. Zeker niet omdat in hoger beroep vaak nieuwe elementen van de geschilpunten naar voren gebracht kunnen worden, die in eerste aanleg niet of onvoldoende uit de verf zijn gekomen.

Gelet op het feit dat in procedures in eerste aanleg (bij de rechtbanken) enige tijd terug het nemen van een  aanvullende schriftelijke ronde (de zogenaamde re- en dupliek) alsmede de mogelijkheid om pleidooi te vragen zijn afgeschaft, hebben partijen dus in vergelijking met vroeger al aanzienlijk minder mogelijkheden om hun visie bij de rechter voor het voetlicht te brengen. Als gevolg daarvan speelt  het hoger beroep dan ook een nog belangrijkere rol  dan vroeger. Door daar nu ook nog een beperking in te voeren met betrekking tot het schriftelijk debat tot maximaal 25 bladzijden per processtuk wordt de rechtszoekende nog verder beperkt in zijn mogelijkheden. De vraag is dan ook  of deze maatregel niet in strijd is met het recht op een eerlijk proces, zoals neergelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het laatste woord is hierover waarschijnlijk nog niet gezegd.