• Mag huisartsenpost voorwaardelijke geschorste huisarts weigeren?

Mag huisartsenpost voorwaardelijke geschorste huisarts weigeren?

Een huisarts wordt door het tuchtcollege voorwaardelijk geschorst en moet zich onder psychotherapeutische behandeling laten stellen. Mocht de huisartsenpost waarvoor hij werkzaam was hem onder deze omstandigheden als waarnemer weigeren?

Naar aanleiding van een aantal klachten legt het Regionaal Tuchtcollege een huisarts de maatregel op van schrapping uit het BIG-register. De regionale huisartsencoöperatie die zorgdraagt voor de diensten in de avond, nacht en in het weekend (ANW-diensten) weigert de betreffende huisarts daarop zijn werkzaamheden als waarnemer te laten verrichten. Ook nadat de schrapping in hoger beroep door het Centraal Tuchtcollege wordt omgezet in een voorwaardelijke schorsing, onder de voorwaarde dat de huisarts zich onder psychotherapeutische behandeling laat stellen, blijft de huisartsencoöperatie bij haar standpunt.

De huisarts start een kort geding tegen de huisartsencoöperatie en eist dat deze hem weer moet toelaten tot de ANW-diensten. De huisarts voert daarbij onder meer aan dat hij volgens het Centraal Tuchtcollege nog een kans verdient om als huisarts werkzaam te zijn. De betreffende huisartsenpost is de enige in de omgeving en het draaien van ANW-diensten is bovendien een voorwaarde om de registratie als huisarts te kunnen behouden.

Het gerechtshof wijst de vordering van de huisarts toe en oordeelt dat de weigering van de huisartsencoöperatie onrechtmatig is. De Hoge Raad denkt daar echter anders over en vernietigt de uitspraak van het gerechtshof. Volgens de Hoge Raad is de huisartsencoöperatie in beginsel vrij om de belangen van haar patiënten de doorslag te laten geven bij haar beslissing om de huisarts te weigeren. De huisartsencoöperatie heeft namelijk op grond van de (toenmalige) Kwaliteitswet Zorginstellingen - tegenwoordig de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) - een eigen verantwoordelijkheid met betrekking tot de wijze waarop zij haar zorgverlening organiseert. Daarom mag de huisartsencoöperatie zelf bepalen welke betekenis zij geeft aan de opgelegde tuchtrechtelijke maatregel. Dat het Centraal Tuchtcollege de huisarts een tweede kans heeft gegeven, betekent volgens de Hoge Raad niet dat de huisarts daarom weer moet worden toegelaten tot de ANW-diensten. Tot slot is volgens de Hoge Raad ook nog van belang dat de huisarts - wat betreft het behoud van zijn registratie - niet beperkt is tot de betreffende huisartsenpost. Hij mag ook waarnemen buiten de regio waarin hij werkzaam is.

Uit deze uitspraak kan worden afgeleid dat een zorginstelling - vanwege de eigen verantwoordelijkheid voor een goede patiëntenzorg - een grote mate van vrijheid heeft bij het bepalen van de gevolgen van een tuchtrechtelijke maatregel tegen een van de bij haar werkzame hulpverleners.