• Verhuur en de huisvestingsvergunning

Verhuur en de huisvestingsvergunning

Let op bij de verhuur van een woning aan een tussenpersoon waarbij een huisvestingsvergunning verplicht is. 

Indien u als verhuurder een woning aan een tussenpersoon verhuurt en een huisvestingsvergunning van de gemeente vereist is, wordt geadviseerd om dit bij aanvang van de huurovereenkomst schriftelijk aan deze tussenpersoon mede te delen. Wanneer u dit namelijk niet doet, kunt u ten aanzien van de tussenpersoon als huurder verantwoordelijk worden gehouden voor de van overheidswege opgelegde boete. Dit heeft het Gerechtshof Den Haag recentelijk geoordeeld.

In die zaak verhuurt de verhuurder een woning aan een uitzendbureau. Dit uitzendbureau geeft op haar beurt de woning aan expats in gebruik. In een verordening van de betreffende gemeente is bepaald dat bewoners van een aantal aangewezen gebieden moeten beschikken over een huisvestingvergunning. De verhuurde woning viel onder één van de aangewezen gebieden. Hiervan was het uitzendbureau niet op de hoogte en heeft zij een dergelijke vergunning dus ook niet aangevraagd. Na een inspectie heeft de gemeente haar een boete opgelegd omdat zij de woning feitelijk aan expats in gebruik heeft gegeven die niet beschikken over een huisvestingvergunning. Het uitzendbureau had zich volgens de gemeente moeten laten informeren over de geldende wet- en regelgeving voordat zij de woning aan derden in gebruik gaf. 

Het uitzendbureau spreekt daarop de verhuurder aan en eist dat deze de boete aan haar vergoedt althans verrekent met de openstaande huur van de betreffende woning en van een andere woning. De verhuurder geeft aan dat het niet zijn verantwoordelijkheid was. Het is dan ook de vraag wie aansprakelijk is voor de boete die de gemeente heeft opgelegd. De verhuurder of het uitzendbureau als huurder. 

Het Gerechtshof in Den Haag oordeelt dat de verhuurder had behoren te weten dat een huisvestingsvergunning vereist was en hij dit aan het uitzendbureau had moeten mededelen. Nu hij dit niet heeft gedaan, is er sprake van een gebrek. De term ‘gebrek’ heeft dus niet slechts betrekking op de verhuurde woning, maar ook op de prestaties van de verhuurder, die de huurder bij het aangaan van de overeenkomst mag verwachten. Het Hof heeft de verhuurder dan ook veroordeeld tot vergoeding van de schade – zijnde het boetebedrag – die het uitzendbureau als gevolg van het gebrek heeft geleden.

Het beding in de algemene voorwaarden dat de huurder het gehuurde dient te gebruiken met inachtneming van de van overheidswege gestelde eisen veegt het Hof van tafel. Er is namelijk onder meer niet gebleken dat daarover is onderhandeld. 

Is er bij u sprake van een soortgelijk geval of heeft u naar aanleiding van bovenstaand nieuwsbericht nog vragen, neemt u dan contact op met Nawal Oulad Abdelkrim